Waar komt Blind vandaan? - Website totaal

Ga naar de inhoud

Waar komt Blind vandaan?

Website > Herkomst

Volgens het de trouwakte van Johan Georg Blint, welke in 1782 te Hillegom is opgemaakt, komt Johan uit Strasburg (Duitsland) hij zou rond 1740 geboren moeten zijn.

1. De stad Straatsburg lag wisselend in Duitsland en Frankrijk. Het is mogelijk dat Johan alleen daar op doorreis in Straatsburg is geweest.
2. In Duitsland net over de Franse grens in de deelstaat Baden ligt een gebied dat ook de naam Strasburg heeft.

Zoekwerk naar de mogelijke herkomst van Johan heeft toto nu toe het volgende opgeleverd:

  • In Wuerttemberg (Duitsland) zijn heel veel personen te vinden met de achternaam Blind. Zeker rond de jaren 1740. Hierbij komen de voornamen Johan, Georg, Caspar en Anna veel voor.
  • Een Johan Georg Blind is op 27 juni 1732 in Obberrot, Jagstkreis, Wuerttemberg, Duitsland. Zijn vader hete ook Johann Georg ofwel Hans Jerg Blind en zijn moeder was Euphrosina Katharina Fell. Groot ouders waren Johann Leonard Blind en Anna Sybilla Apollonia Hasenmayer. De naam Anna heeft onze Johan ook aan zijn oudste dochter gegeven.
  • Een Johan Georg Blind is geboren op 23 mei 1734 te Beuren, Donaukreis, Wuerttemberg, Duitsland. Ouders waren Hanss Jacob Blind en Waldburga Pfender. Deze Johan is op 7 september 1735 al overleden.
  • Een Johann Georg Blindt is op 15 oktober 1738 in Ruchsen, Mosbach, Baden getrouwd (Evangelisch) met Anna Maria Leissner. Ook hier duikt de naam Anna weer op

Een stukje geschiedenis van Duitsland

De vele Duitse vorsten oriënteerden zich in de 17e en 18e eeuw op allerlei gebieden naar het voorbeeld van het absolutisme in Frankrijk. De vorst was daar de "absolute" heerser: "L'état, c'est moi" (de staat, dat ben ik), zei de Franse koning Lodewijk XIV en beriep zich er op, door God ("von Gottesgnaden") als heerser op aarde benoemd te zijn. Door de almacht van de vorst kon deze doen en laten wat hij wilde.
De staat werd strakker georganiseerd. Ook werd de organisatie van de staatsfinanciën en ambtenarij op orde gebracht, wat door toegenomen inkomsten een vast leger (i.p.v. huursoldaten) mogelijk maakte. De economie werd ondersteund ("mercantilisme"), ook door de oprichting van staatsbedrijven ("Manufakturen"). Al met al werd de staat vaak efficiënter geleid, de bewoners echter meer en meer uitgebuit.
Veel vorsten maakten hun residentie tot een middelpunt van pracht en praal. Het was het tijdperk in de kunst van de Barok en Rococo. En ook daarin deden de vorsten de Franse stijl na. Men bouwde pronkpaleizen en liet grote tuinen aanleggen. Ook werden hofdichters en -musici in dienst genomen.
Een aantal Duitse vorstenhuizen slaagde erin hun macht duidelijk te vergroten. Het waren Beieren, Brandenburg (het latere Pruisen), Sachsen en Hannover.

De 18e eeuw noemde men destijds al de eeuw van de Verlichting ("Aufklärung"). De kunsten en wetenschappen maakte een grote opleving door, mede omdat die zich in de grote belangstelling van de vorsten konden verheugen. Niet langer bepaalde uitsluitend de kerk de visie van de mensen op hun wereld. Niet langer bepaalde de angst voor het hiernamaals het leven, nu men begon te ontdekken dat veel natuurfenomenen wetenschappelijk te verklaren waren. Dat zorgde er ook voor dat men dacht het leven grotendeels zelf te kunnen bepalen, als je de wetten van de natuur maar kende. Dit leidde tot een groot vertrouwen en optimisme ten aanzien van de wetenschap en de toekomst van de mensheid.
Het optimisme van de Aufklärung verwoordde de filosoof Leibniz met zijn uitspraak dat we "in de beste van alle werelden leven". De filosoof Kant riep in zijn werk op de "zelfgekozen onmondigheid" achter zich te laten. Door rationalisme (denken) en empirisme (waarneming) zou men de werkelijkheid in kaart kunnen brengen.
De Verlichting had ook op politiek gebied zijn uitwerking. Niet langer werden vorsten en hun onderdrukking als Gods wil ervaren.
Veel grote namen komen voort uit deze tijd. Een willekeurige greep: Leibniz, Wolff en Kant (filosofen), Lessing (schrijver), Bach, Telemann, Haydn (musici).
Met name onder de "soldatenkoning" Friedrich Wilhelm I. werd de basis voor de macht van Pruisen gelegd. Zo werd 72% van de staatsinkomsten in het leger en de organisatie daarvan geïnvesteerd. Zoveel dat men later wel eens zei: "Pruisen heeft een leger, dat er een staat op na houdt." Ook de opbouw en de economie van het land werden krachtig ondersteund, men haalde daarvoor zelfs vakmensen uit het buitenland, waaronder Nederland. De "soldatenkoning" eiste van zichzelf en zijn onderdanen eenvoud, vroomheid, en een strikt plichtsbesef.
Met de troonbestijging van Friedrich der Große (1712-1786) in 1740 veranderde de relatief vreedzame politiek van Pruissen. In diverse oorlogen, waaronder de 7-jarige oorlog (1756-1763) ontnam het o.a. Silezië ("Schlesien") aan het machtige Oostenrijk. De overwinning werd uiteindelijk op het nippertje bereikt en ging met onvoorstelbare verliezen en leed gepaard.
Friedrich II spreekt velen tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. Hij leed onder de strenge opvoeding van zijn vader en probeerde zelfs te vluchten. Hij genoot van filosofie en muziek, terwijl zijn vader hem juist tot een geduchte militair wilde maken. Uiteindelijk is hij dat toch geworden toen hij eenmaal op de troon zat. Als "filosoof op de troon" duldde hij soms beslist andere meningen en was niet alleen ten opzichte van de godsdienst van zijn onderdanen tolerant. Maar als het er op aankwam onderscheidde hij zich niet van een andere vorst uit die tijd en regeerde met harde hand. In de 19e eeuw was men ijverig op zoek naar een glorieus nationaal verleden en werd Friedrich als een nationale held verheerlijkt. Schoolkinderen moesten de namen van de veldslagen en overwinningen uit het hoofd leren. Pas na de Tweede Wereldoorlog was er plaats voor een meer nuchtere kijk op het leven en werk van Friedrich der Große.

Terug naar de inhoud