Waar komt Toornvliet vandaan?
Website > Herkomst
Naam gelijkenis:
Buitenplaats Toornvliet:
Deze is gelegen aan de Koudekerkseweg 129 en komt voort uit een boederij welke zich vlak buiten de stad Middelburg in de heerlijkheid Koudekerke bevond. Op de plek van de buitenplaats werd reeds in 1641 al een omgracht gebouw aangegeven wat er op duidt, dat deze dan al enige status zal hebben gehad. Dit is te zien op het hieronder weergegeven fragment van de kaart, die in 1641 door Christoffel Bernaerds werd vervaardigd.
Na de dood van Petrus Pottey hertrouwde zijn weduwe Maria Tresel in 1713 met Simon Mersen. In 1725 stierf Maria Tresel waarna haar bezittingen in het openbaar werden geveild.
Door een bewaard gebleven veilingbiljet uit 1725 weten we dat de boerderij zich, gezien de tuinaanleg en toegepaste architectuurstijl, tussen 1713 en 1725 had ontwikkeld tot een buitenplaats, welke als volgt werd omschreven: "Een Schoone, Playsante en Welgelegen Hof-Stede, genaamd Thoorn Vlied, met zyn Heeren Huys, Dreven en Plantagie, Visrijke Vyvers". Verder waren de oudere boerderij en bouwland bij de verkoop inbegrepen. Toornvliet zag er bij de verkoop in 1725 al grotendeels uit zoals we de buitenplaats tegenwoordig kennen. Het moet echter iets minder diep zijn geweest, getuige het verspringende vloerniveau van de verdieping in het huidige gebouw, wat duidt op een later aangebouwd gedeelte aan de achtergevel.
Bij de verkoop werd de naam Toornvliet [red.] voor het eerst aan de buitenplaats toegekend, waaruit kan worden opgemerkt, dat gezien de naam, het karakteristieke torentje op het herenhuis toen al aanwezig moet zijn geweest. Verder moet worden opgemerkt, dat men vroeger niet al te precies omging met de benaming van de buitenplaats, waardoor tegenwoordig diverse spellingen de ronde doen. Hier wordt in navolging van Martin van den Broeke Toornvliet aangehouden.(1)
De Middelburgse arts Galenis Tresel welke tevens schepen, raad en later burgemeester van Middelburg was, koopt Toornvliet bij de veilig in 1725. Naast de genoemde functies was hij ook nog eens bewindhebber van de Oost Indische Compagnie en woonde hij met zijn eerste en tweede vrouw op Toornvliet tot zijn dood in 1747 . Daarna krijgt zijn dochter Susanna Barbara Tresel de buitenplaats in handen. Zij is getrouwd geweest met Lieven Bevers, raad in het Hof van Vlaanderen. Na zijn dood in 1731 hertrouwde zij met de Middelburgse koopman Isaac Peny, die vervolgens in 1742 overleed. Voor haar eigen overlijden in 1749 kocht ze het naastgelegen speelhof van de heer Paays, met het doel Toornvliet uit te breiden, iets wat haar niet meer gegeven was door haar overlijden.
Toornvliet kwam in handen van de zoon uit het eerste huwelijk van Susanna Barbara Tresel: Galenus Tresel Bevers. Deze was naast bewindhebber van de V.O.C., ook schepen en raad van Middelburg en getrouwd met Petronella Maria Rademacher. Zij lieten zowel het huis als de tuin ingrijpend wijzigen en hielden hiervan een kasboek bij waardoor goed te herleiden is, wat ze zoal lieten veranderen.
Het tot dan toe twee kamers diepe huis werd in 1754 naar achteren uitgebreid en werd voorzien van diverse verfraaiingen. De achterzijde van het huis werd op de hoeken voorzien van lisenen(2) en de middelste raampartij springt iets naar voren. De entree in de voorgevel werd verfraaid met een omlijsting van houtsnijwerk en op het, met leien bedekte, dak werd loodbeslag gelegd. Een 'eerste steen' in de zijgevel en een jaartal op de gootlijst getuigden hiervan. Later werd de eerste steen herplaatst in de nieuwe achtergevel (zie foto). De tekst op de steen luidt als volgt: "Jonkvrouw Susanna Maria Bevers heeft aan dit gebouw den eerste steen gelegt op den 7 mey 1754" 3. DE EERSTE STEEN IN DE ACHTERGEVEL VAN TOORNVLIET D.D. 7 MEI 1754
De Middelburgse timmerman Laurens van de Woestijne komt in de periodes 1750-1758 en 1763-1764 opvallend vaak voor in het kasboek van Toornvliet, wat er mogelijk op duidt dat hij naast de functie van timmerman, ook fungeerde als aannemer en ontwerper. In december 1749 liet Gelenus Tresel Bevers de landmeter Willem de meester de "landen van mijn hof Thoren Vliet" opmeten en vervolgens in juni 1751 betaalde hij Pieter Klassen "voor het delven van mijn groote Vijver" een bedrag van 54 pond. De grote vijver is als een kanaaltje achter het huis te zien op de kaart van Hattinga uit 1750.
Door Jacob Massol liet Gelenus vervolgens een tuinplan en twee bossen ontwerpen, het zogenaamde Oostbos en de overtuin (een stuk tuin aan de overzijde van de zandweg). In 1751 werd aan die zandweg naar Koudekerke een hek geplaatst dat was geleverd door de Antwerpse steenhouwer H. Danco, waarna een andere beeldhouwer twee beeldjes van Apollo en Venus ontwierp die op de hekpijlers werden geplaatst. De beeldjes zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneuveld en zijn vervangen door betonnen replica's. De ijzeren hekken naast de hekpijlers werden door Jacob van de Boomgaard vervaardigd. In het najaar van 1751 werd een bassin gegraven tussen de parterres, de exacte plek ervan is niet meer traceerbaar omdat geen plattegrond van de achttiende-eeuwse tuinaanleg bestaat.
In 1752 kwam een oranjerie gereed, welke op het kadastrale minuutplan ten zuiden van de oprijlaan te zien is. De tuinen rond Toornvliet werden in hetzelfde jaar aangepland met essen, beuken en doornstruiken en er werd een vijver in het bos gegraven. De tuin werd verder verfraaid met tweedehands tuinbeelden, afkomstig van buitenplaats Hof te Domburg, diverse tuinhuisjes, een koepel en twee tempels. In 1753 verschijnt ook een hek voor de overtuin, ook dit maal werd dit geleverd door Jacob van den Boomgaard. Verder zijn de verbreding van de weg voor de inrit van Toornvliet en het ovale kommetje in de overtuin vermoedelijk ook in deze periode aangelegd. Beiden zijn op het kadastrale minuutplan uit 1823 goed te zien, De tuinaanleg moet omstreeks 1756 gereed zijn gekomen.